Nieuws
Projecten
- Mtakuja: een dorp met toekomst?
- Langasani Secondary School
- Een hotel in Nepal
- Opvang kindsoldaten in Soedan
- Hevelpompen voor het eiland Negros
RSS Feed Projecten
Doelstellingen
FEMI richt zich vooral op onderwijs voor het kind, want het kind heeft de toekomst, maar heeft vandaag onze aandacht nodig. Goed onderwijs, dat wil zeggen: onderwijs dat uitgaat van de eigenheid van het kind.FEMI wil voorwaarden scheppen en dat kan op vele manieren. Een kind dat niet te eten heeft, kan ook niet leren, dus ga je nadenken over voedselvoorziening. Maar als dan de grond te droog is, kun je beter pompen bouwen, of watercollectoren om schoon water te bieden. Soms ook kun je beter met de ouders praten en ze vertellen dat onderwijs heel belangrijk is voor de toekomst van hun kinderen.
Maar altijd zal FEMI appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid van de betrokkenen, want FEMI wil geen hulp bieden, maar samenwerken met mensen, overheden, instellingen en bedrijven ter plekke. Zij vindt het belangrijk als duurzaam en ecologisch verantwoord omgegaan wordt met de middelen van het land zelf.
FEMI neemt daarbij liefst de opstartkosten voor haar rekening en steunt het vervolg met renteloze leningen waarbij de afbetaling ter plekke hergebruikt kan worden.
- Projecten
- /
- Een visvijver in Tanzania
- Situatie
- Geschiedenis
- Bondgenoten
- Activiteiten
FEMI participeert in een coöperatieve bank (SACCOS), waar werknemers van een suikerrietplantage op basis van hun inkomen geld inleggen. De deelnemers kunnen geld lenen van die bank (tegen rente) om een eigen bedrijfje te beginnen, een opleiding te betalen e.d.- FEMI verstrekt via SACCOS bedrijfskapitaal aan startende bedrijfjes. De ordegrootte loopt van € 1000 tot € 4000. Het is m.n. het ontbreken van een werkkapitaal dat ondernemers opbreekt: als al hun bezit gaat zitten in de materialen kunnen zij geen continuïteit in de productie garanderen. Voorbeelden van bedrijfjes: kleermakerij, sandalenmakerij, houtbewerking, gemberteelt, rijstproductie, secretariële dienstverlening. Het bedrijf krijgt (vrijwel) nooit iets voor niets. Er moeten aflossingen plaats vinden, soms renteloos, soms met rente. Die "rente" kan ook bestaan uit het verrichten van een "community service" door de ontvanger aan zijn gemeenschap. In één geval leidt een kleermaakster vijf weeskinderen op, in een ander geval voorziet een gemberverbouwend bedrijfje het dorp van water.
- Voorlichting over en training in de productie van gezond voedsel is van groot belang, m.n. voor een gezonde ontwikkeling van jonge kinderen. FEMI steunt een omvangrijk project, dat ook op steun van de gemeente Moshi kan rekenen.
- Vijf lagere scholen, vier kleuterscholen en een middelbare school ontvangen jaarlijks op basis van een meerjarige overeenkomst financiële en/of materiële ondersteuning. Al deze scholen presteren nu naar Tanzaniaanse normen ver boven het gemiddelde. Bovendien is het aantal leerlingen bijna verdubbeld, omdat de scholen aantrekkelijk zijn geworden. De scholen nemen als tegenprestatie weeskinderen op, van wie er t.g.v. aids vele zijn. Zij krijgen gratis les, leermiddelen en een schooluniform.
- Vrouwen vormen de ruggengraat van de samenleving, althans in Tanzania. Ondersteuning van een "blijf-van-mijn-lijf-huis", waar vrouwen en hun kinderen een tijdelijke bescherming krijgen én de vrouwen een vak leren, is één van de projecten. Alcoholmisbruik door de mannen is vaak de oorzaak van de ellende, het onderliggende probleem is met name de armoe en uitzichtloosheid, waarin deze mannen leven. Het project is onder meer succesvol door de samenwerking met een bekende vrouwelijke advocaat die, als gesprekken niet helpen, de rechtbank inschakelt. De dreiging van een gevangenisstraf blijkt vaak al voldoende voor een verbetering van de huiselijke situatie, zodat vrouw en kinderen terug naar huis kunnen.
- Onlangs zijn er 500 tweedehands computers vanuit de gemeente Almere geplaatst op bedrijven en scholen.
- Er wordt geëxperimenteerd met de ondersteuning van veelbelovende studenten, die na hun studie in eigen land kunnen gaan werken.
- Er wordt op verschillende manieren getracht een bijdrage te leveren aan de voorlichting over en bestrijding van aids. Dat gebeurt via de ondersteuning van oudergroepen, wijkcomités en een dramagroep van een ziekenhuis, bestaande uit verpleegkundigen en artsen, die met een toneelvoorstelling de dorpen langs gaan. Een Nederlandse onderwijskundige en een specialiste in interactief werken met jongeren zullen dit gaan ondersteunen door het geven van korte trainingen.
- Recente ontwikkelingen
- Foto's
Situatie
TPC (Tanganyikan Plantation Company) is een suikerrietplantage, gelegen in het uiterste noorden van Tanzania aan de Were-rivier, op 30 km afstand van Moshi. De plantage is zo groot als de Noordoostpolder en er werkten zo'n 6000 mensen, waarvan weer driemaal zoveel mensen afhankelijk zijn. De plantage is volledig zelfvoorzienend op een feodale manier. Er is een ziekenhuis, er zijn scholen, maar alles is eigendom van TPC. De werknemers en hun gezinnen wonen verspreid over het plantageterrein in elf "dorpen".De plantage is opgericht in 1936. In de jaren '80 werd de plantage genationaliseerd, waarna het snel bergafwaarts ging met de productie. In 2001 werd TPC opnieuw geprivatiseerd en kwam in handen van een Mauritiaans consortium. Deze saneerde TPC, ontsloeg 2000 van de 6000 werknemers en gaf deze geld als afvloeiingsregeling. Helaas werd dat geld ineens uitgekeerd en was het heel snel weer op. Het was ook de bedoeling dat de ontslagen werknemers van het plantageterrein naar elders zouden verhuizen, maar dat bleek onmogelijk. Elders was geen werk en bovendien, op de plantage waren ze thuis.
Geschiedenis
In oktober 1999 klopt Douwe de Vries bij FEMI
aan of deze geen ondersteuning wilde bieden aan het ontwikkelingswerk
in Tanzania. FEMI gaat, na een bezoek aan Tanzania, akkoord en
verstrekt een langjarige renteloze lening aan een op te zetten
viskwekerij op het TPC-terrein voor de werklozen. Het aflossingsgeld
steekt FEMI in SACCOS, een kredietbank die speciaal opgericht is om
krediet te verstrekken aan TPC-werknemers. De viskwekerij mislukt, maar
het contact bestendigt en wordt breder: er worden ook projecten
gesteund in het naburige Moshi. FEMI is nu vijf jaar actief in
Tanzania. De langdurigheid van de relatie blijkt in de praktijk van
groot belang. Er groeit vertrouwen over en weer, er ontstaat geloof in
elkaars mogelijkheden.
Bondgenoten
Douwe de Vries
Douwe de Vries was tot zijn pensionering bestuursmanager van het Openbaar Onderwijs in Almere. In een eerdere functie als rector van de openbare scholengemeenschap "De Meergronden" is het contact met TPC ontstaan. De scholengemeenschap heeft jarenlang projecten ondersteund door acties in Almere. Groepen leerlingen hebben twee keer TPC bezocht en deelden hun ervaringen via door hen gegeven lessen met andere leerlingen.
Douwe had altijd al sterke belangstelling voor Afrika en ging zelfs Swahili leren bij het KIT (Koninklijk Instituut voor de Tropen). Hij ontmoette daar een Tanzaniaanse vrouw, Agenta Shayo, die vernomen had dat hij dat jaar met zijn zoon een tocht door Tanzania zou gaan maken. Zij vroeg hem om een persoonlijke dienst, nl. het verschepen van een tweedehands auto naar Moshi, waar zij als voedselvoorlichtster werkte. Uit dit contact is vervolgens een lange reeks van projecten op het terrein van onderwijs en gezondheidszorg voortgekomen. Eén van de hoogtepunten was de bouw van een consultatiebureau (a mother and child clinic) bij het TPC-ziekenhuis. De gelden daarvoor zijn bijeengebracht door de leerlingen van de scholengemeenschap.
Douwe de Vries onderhoudt als bestuurslid van en namens FEMI het directe contact met de mensen in Tanzania.
Harry Mwerinde
Dr. Harry Mwerinde is een van de twee artsen die TPC rijk is. Hij runt een ziekenhuis met tweehonderd bedden op het TPC-terrein. Harry zit in het bestuur van SACCOS, de kredietbank en is al jaren een stevig ankerpunt in Tanzania m.b.t. de activiteiten van Douwe de Vries. Harry gaat op zijn 55ste met pensioen. De levensverwachting in Tanzania is 57 jaar. Het pensioengeld is hoogstens toereikend voor een jaar, dus Harry is een apotheek en een kliniek aan het opzetten in Moshi als oudedagsvoorziening. Douwe en FEMI ondersteunen hem daarbij.
Agenta Shayo
Agenta geeft onderwijs op agrarisch gebied, een uiterst belangrijke zaak in een gebied met eenzijdige voeding. Hoe meer de grond opbrengt, des te minder honger er is. Ze heeft subsidies verkregen voor het opzetten en onderhouden van groentetuinen die ze samen met andere vrouwen, deels vrijwillig, deels betaald, runt. Enerzijds leveren de tuinen voedsel op, anderzijds wil ze ook aan anderen laten zien wat de mogelijkheden zijn.
Rose Mungure
Rose Mungure is de oprichtster van SAWOCT (Shelter for Abused Women and Children). Deze stichting beheert een Blijf-van-mijn-lijfhuis.
Walther de Nijs
Walther de Nijs heeft in Wageningen landbouwwetenschappen gestudeerd. Hij is in 1994 in Tanzania beland en met een Tanzaniaanse vrouw getrouwd. De ontwikkelingen in Tanzania gaan hem erg ter harte. Hij is actief met het opzetten van vrouwengroepen en zelfhulpgroepen voor gehandicapten. Verder ondersteunt hij het regeringsprogramma voor AIDS-preventie. Voor al die doelen heeft Walther een eigen stichting opgericht, Stg. LISO (Local Initiative Support Organisation), waarmee hij fondsen voor microkredieten probeert te verwerven. In 2000 schreef hij FEMI een brief met een aanbod tot samenwerking. Die samenwerking heeft inmiddels gestalte gekregen. Zijn vrouw Rosalia is, net als Agenta, bezig met het opzetten van groentetuinen.
Activiteiten
Al de genoemde activiteiten hebben gemeenschappelijk dat ze door de Tanzanianen zélf worden aangedragen, uitgevoerd en geëvalueerd. Bovendien zijn al deze projecten gericht op het versterken van de maatschappelijke en economische structuur: om mensen in staat te stellen voor zichzelf te zorgen. Daarom is elke hulp ook eindig, zij het van project tot project op verschillende wijze.
FEMI draagt jaarlijks € 50.000 bij. Door andere sponsors wordt ongeveer € 5000 bijeengebracht.
Recente ontwikkelingen
De voordelen van het werken met kleine
projecten zijn duidelijk: geen geldverspilling aan overhead;
rechtstreekse verantwoordelijkheid van de afnemers; grote betrokkenheid
van de ontvangers; voor de donor zowel als voor de ontvanger
overzichtelijkheid en daardoor haalbaarheid van het project en zijn
doelen.
Beperkingen zijn er ook: vele diverse contacten; moeizaam
contact vanuit Nederland door gebrekkige infrastructuur; inschakeling
van andere donoren is lastig omdat elk project apart te klein is voor
de grote Nederlandse hulporganisaties.
Daarom is onderzocht of de FEMI-projecten in Moshi en omgeving niet bijeengebracht konden worden in één lokale coördinerende organisatie. Deze is dankzij de snelle medewerking van de Tanzaniaanse projectmedewerkers inmiddels tot stand gekomen: MUHSAT. Ieder bleek bereid een deel van zijn eigen autonomie in te leveren ter wille van het grotere goed. Nu die organisatie er is, heeft FEMI bij De Wilde Ganzen aangeklopt met een verzoek om samenwerking en ondersteuning. Daartoe is vanuit Tanzania een uitstekend projectplan opgesteld dat op dit moment wordt beoordeeld door De Wilde Ganzen.

Nederlands
English